Wie was Rembrandt?

Iedereen kent wel een schilderij van Rembrandt. En hoewel het zo’n 400 jaar geleden is dat hij leefde, is hij misschien wel één van de beroemdste schilders ter wereld. Naast zijn enorme werk ‘de Nachtwacht’, dat in het Rijksmuseum hangt, staat Rembrandt ook bekend om zijn vele zelfportretten. Wanneer je zijn tekeningen en etsen meerekent zijn dat er wel meer als 80! 

Over het leven van Rembrandt weten de meeste mensen minder. Toch is het interessant om hier meer van te weten, omdat de tijd en omstandigheden waarin hij leefde veel kan verklaren over het werk dat hij maakte. Daarom deze korte biografie.  

Zijn jeugd en tijd in Leiden (1606-1631)

Rembrandt Harmenszoon van Rijn werd in 1606 geboren in Leiden. Zijn vader was molenaar en zijn moeder een bakkersdochter. Het was het begin van de Gouden eeuw, een periode waarin Nederland een bloei doormaakte op het gebied van handel, wetenschap en kunst. 

Hoewel Rembrandt op zijn 14e ingeschreven werd op de universiteit van Leiden, en daar ca. 2 jaar letteren studeerde, wilde hij toch liever schilder worden. De theologielessen die hij op de universiteit volgde, kunnen verklaren waarom Bijbelse en mythische verhalen een thema vormen in zijn werken. Hij ging bij diverse schilders in de leer, waarvan zijn leermeester Pieter Lastman uit Amsterdam de meest bekende is. 

Vanaf 1625, Rembrandt was toen pas 19 jaar oud, werkte Rembrandt als zelfstandig schilder vanuit Leiden. Zijn werk werd nog sterk beïnvloed door zijn leermeester Pieter Lastman die een historieschilder* was. In Leiden werkte hij vermoedelijk vanuit hetzelfde atelier als zijn vriend, studiegenoot en collegaschilder Jan Lievens. Ze inspireerden en beïnvloeden elkaar wederzijds. 

Zes jaar later, in 1631, stond Rembrandt inmiddels bekend om zijn eigens stijl: natuurlijke portretten, het uitbeelden van emoties en het gebruik van grote contrasten tussen licht en schaduw. Vooraanstaande Leidse burgers kochten zijn werk, en hij kreeg diverse opdrachten waaronder van Nicolaes Tulp. Kunstkenner Constantijn Huygens zorgde ervoor dat zijn werk ook in kunstverzamelingen van de hogere adellijke kringen terecht kwam. 

anatomische les - rembrandt- mauritshuis
De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp, geschilderd in 1632.

Zijn Amsterdamse periode (1631-1669). 

In 1631 verhuisde Rembrandt naar Amsterdam en verplaatste hij zijn schilderactiviteiten naar de schilderswerkplaats van kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh. Door de opkomst van de middenklasse in de Gouden Eeuw, hadden steeds meer mensen geld te besteden voor kunst, en Rembrandt schilderde er de eerste jaren verschillende portretten voor welgestelde en belangrijke Amsterdammers.    

Portret-Rembrandt-Jan Harmensz Krul
Portret van Jan Harmensz Krul, 1633.

In 1634 trouwt Rembrandt met Saskia Uylenburgh, een nicht van kunsthandelaar Hendrick, waarna hij in 1635 helemaal voor zichzelf begint, en samen met Saskia een huis betrekt aan de Nieuwe Doelenstraat in Amsterdam. Rembrandt stopt bijna helemaal met het schilderen van portretten en begint aan een grote serie historiestukken. 

Portret-Rembrandt-Saskia
Portret geschilderd door Rembrandt van zijn vrouw Saskia, en profil en in rijk gewaad, 1642.

In 1639 koopt Rembrandt voor fl. 13.000,- een statig huis aan de toenmalige Breestraat, een straat met veel kunstenaars aan het begin van de Joodse buurt. Dit pand, gebouwd in 1606, is het tegenwoordige museum ‘Het Rembrandthuis’ en ligt aan de Jodenbreestraat. Wanneer je in Amsterdam bent is het zeker de moeite waard om hier een bezoek aan te brengen. Naast verschillende schilderijen van Rembrandts hand, zie je ook hoe hij leefde en werkte, en krijg je een goede indruk van de ‘mens achter de schilder’. 

 

rembrandthuis-museum-amsterdam
Het huis dat Rembrandt in 1639 kocht, en dat tegenwoordig dienst doet als museum.

Financieel ging het Rembrandt in die tijd voor de wind, maar op persoonlijk vlak kregen hij en Saskia verschillende tegenslagen te verwerken. Tot drie keer toe moesten ze vlak na de geboorte een kind begraven, maar in 1642 kregen ze een zoon die in leven bleef en de naam Titus kreeg. Helaas overleed Saskia in datzelfde jaar aan de gevolgen van (vermoedlijk) tuberculose, kort nadat Rembrandt zijn meesterwerk ‘De Nachtwacht’ had voltooid. De Nachtwacht was een revolutie op het gebied van (groeps)portretten, omdat Rembrandt dit als een historiestuk had opgezet. Het werd later hét symbool bij uitstek van de Nederlandse Gouden Eeuw. 

De periode na de dood van Saskia luidde een verandering in, in de werken die Rembrandt produceerde. Hij schilderde steeds minder portretten, en ging zich steeds meer toeleggen op het maken van tekeningen en etsen. Hoewel Rembrandt tegenwoordig vooral bekend staat om zijn schilderkunst, produceerde hij in zijn leven ca. 300 etsen en 2000 tekeningen, tegenover 300 schilderijen. Gedurende zijn leven was Rembrandt tot in Italië toe vooral bekend om zijn etsen. 

Rembrandt-ets-bomen
Ets uit 1643 genaamd ‘De drie bomen’, Museum het Rembrandthuis.

Na een relatie van 6 jaar met Geertje, de kinderverzorgster, van zoon Titus, kreeg Rembrandt een relatie met zijn huishoudster Hendrickje Stoffels. Met haar kreeg hij een dochter Cornelia genaamd en vernoemd naar Rembrandts moeder. Tot haar dood in 1663 leefden Rembrandt en Geertje ongehuwd samen, wat in 1654 tot een officiële berisping van de Gereformeerde Kerk leidde, omdat ze in ‘hoererij’ leefde met de schilder. 

Vanaf 1650 ging het financieel steeds slechter met Rembrandt. Hij had al lange tijd geen portretopdrachten meer aangenomen, en dus weinig inkomsten, maar besteedde veel geld aan het verzamelen van allerlei exotische voorwerken, kunst en curiosa. In het Rembrandthuis krijg je een goede indruk van wat hij zoal verzamelde. Sommige voorwerpen of kledingstukken, gebruikte Rembrandt in zijn schilderijen. In 1656 kon Rembrandt zijn schulden niet meer betalen en vroeg hij zijn faillissement aan. Zijn inventaris en statige huis werden verkocht. Tegenover een schamele huisraad stond er een rijkdom aan kunstvoorwerpen op de inventarislijst. 

kunstkamer-Rembrandt-Rembrandthuis
De kunstkamer met voorwerpen die Rembrandt verzamelde. Te zien in museum ‘Het Rembrandthuis’.

Na de verkoop van zijn huis betrokken Rembrandt en Hendrickje een huurhuis aan de huidige Rozengracht. Hoewel zijn reputatie beschadigd was, kreeg Rembrandt toch nog voldoende opdrachten binnen om zijn werk voort te zetten. Om te voorkomen dat schuldeisers beslag legden op de inkomsten begonnen Hendrickje en zoon Titus een kunsthandel en namen ze Rembrandt in dienst tegen kost en inwoning. De werken werden gemaakt in dienst van de kunsthandel, waardoor ze uit handen bleven van de schuldeisers. In deze periode aan de Rozengracht schilderde Rembrandt zijn beroemde werk ‘De Staalmeesters’. 

portret-de staalmeesters-Rembrandt-schilderij
Portret van keursmeesters van het Amsterdamse lakenbereidersgilde opkijkend vanachter hun tafel, 1662.

Hendrickje overleed in 1663 en Titus in 1668. Rembrandt had intussen zijn laatste 3 zelfportretten geschilderd. In oktober 1669 overleed hij zelf, arm en berooid. Zijn lichaam werd begraven in een gehuurd graf in de Westerkerk.  

 

REMBRANDT-zelfportret-1669
Laatste zelfportret van Rembrandt op 63-jarige leeftijd, geschilderd in 1669.


*Historieschildkunst is een verhalende vorm van schilderen, met scenes uit de klassieke en bijbelse geschiedenis en mythologische verhalen. Ook het weergeven van historische gebeurtenissen behoort tot dit genre. 

KarlBrullov-De laatste dag van Pompeii-historieschilderkunst
‘De laatste dag van Pompeii’ van KarlBrullov is een typisch voorbeeld van historieschilderkunst.